Interview met Lisa
Soms lees ik van die jubelende teksten van mantelzorgers die zich gelukkig prijzen dat ze mogen zorgen. Ze voelen zich verrijkt, gegroeid en voor volle zalen verkondigen ze dat mantelzorgondersteuning een verkeerde naam is, want mantelzorgers zijn niet zo zwak dat ze ondersteuning nodig hebben. Met een vol gemoed en een volle portemonnee keren ze weer huiswaarts waar ze vol plezier en handenwrijvend de vervangende zorgverlener huiswaarts sturen.
Ze wekken de indruk dat mantelzorg een parttime makkie is, dat mantelzorgers die zeggen dat ze het zwaar hebben gewoon doodordinaire zeuren zijn en de politiek zich niet moet bemoeien bij hun nuttige vrijetijdsbesteding.
Vaak voel ik me boos na het lezen van dat soort maatschappelijke verstoringen, want zo ervaar ik ze.
Als persoonlijke hobby.
Ik gun het mensen wel. Ik zou willen dat het voor iedereen zo was, maar zo is het niet.
Voor mij is elke dag een gevecht.
Niet alleen lijken alle dagen op elkaar, maar de aanslag die er wordt gepleegd op mij als persoon is constant en zwaar.
Voor mij is het moeilijkst het constant opletten op wat ik zeg en hoe ik iets zeg, want anders krijg ik een stortvloed aan feitjes over me heen.
Hij probeert greep op de wereld te houden door vrij te associëren. Als ik ergens enthousiast over ben, boos of geergerd, dan komt er een woordenstroom aan herinneringen, oude en nieuwe nieuwsfeiten als een soort schoolles op me af. Er is geen ruimte voor mijn emoties, sterker nog, het is alsof wat ik zeg inferieur is. Ik voel me weggezet als een dom figuur die niet weet waar ze het over heeft.
En dat weet ik soms ook niet meer, want zijn vrije associaties zijn soms niet te volgen, maar als ik iets verkeerds zeg dan is het hek helemaal van de dam. Dus ik probeer zijn gedachtensprongen te volgen om de monoloog tot een soort dialoog om te buigen. Waarschijnlijk uit de behoefte toch nog een vorm van contact te hebben.
Dit is niet leuk, dit geeft geen voldoening, hier groei ik niet door, maar wordt op mezelf teruggeworpen.
Dit heeft niets te maken met liefdevol een bed zonder plooien opmaken, iemand een plezier doen, of een handje helpen.
Hij ziet zichzelf als een volwaardig mens, dus hij ontvangt geen mantelzorg.
Hij ziet zijn eigen grenzen niet,
en hij ziet mij niet.
Het geeft mij het gevoel dat mijn leven volkomen nutteloos is.

Een reactie posten