Stel je voor dat je als mantelzorger een eigen leven zou hebben.
Dan kon je voor jezelf gewoon afspraken maken, zonder rekening te houden met anderen en zonder gedoe.
Omdat ik zelf ook diverse aandoeningen heb, waaronder nierinsufficiëntie, krijg ik afspraken toegestuurd door het ziekenhuis.
Vroeger ging zoiets in overleg, maar die tijd zijn we alweer lang voorbij.
De computer of een vriendelijke dame daar achter heeft bepaald dat ik de 27ste op mag draven om kwart voor elf 's morgens.
Op zich geen onaardige tijd, de datum is wat ongelukkig, maar ik besluit de afspraak in de agenda te zetten en regel iemand die kan rijden.
De afspraak verzetten is niet slim, want september wordt een heel drukke maand en oktober is ook al aan het volsluipen.
Dan komt dochter beneden. Ze is chronisch ziek en wordt door de artsen goed in de gaten gehouden. Een nieuw diagnostisch proces is ingezet: bij de pijnpoli.
Ze gaat een afspraak verzetten. Om 8 uur 's morgens in het ziekenhuis voor een diagnostische sessie na waarschijnlijk een slapeloze nacht is niet zo'n verstandige zet.
Terwijl ik de grote kalender weer pak, en een pen natuurlijk, volg ik het gesprek met een half oor.
'Nee het kan niet anders', 'Maanden duren?'... de gespreksflarden schetsen al wat ze me even later vertelt.
Het kan niet anders.
Het kan alleen maar dezelfde dag 's morgens om 8 uur, en het is op een locatie buiten de stad.
Dat houdt dus in principe in dat we rond 7 uur moeten vertrekken om via de ochtendspits de locatie te kunnen bereiken.
Daarna moet ik als een vliegende godin, geleid door klokken en emoties, zorgen dat ik op tijd op mijn eigen afspraak kom en mijn mantelzorgrol inruil voor die van patiënt.
We zijn nooit 's morgen voor 7 uur op. Vaak val ik pas tegen die tijd in slaap, moe door de pijn van de neuropathie en de slapeloosheid. En zij ook.
Weer voel ik me geen klant, maar een marionet van een systeem dat vergeten is waar het om gaat: zorg voor de patiënt.

Een reactie posten