Ik ben moe.
Zo'n corona-crisis geeft duidelijkheid.
Veel kan er niet, en je moet er maar mee leven. Klaar.

Ik ben zelf chronisch ziek, dus als de dood dat ik dat virus krijg.
Boodschappen op de mat... en zoek het verder maar zelf uit.

Dag in dag uit, opgesloten met iemand die het allemaal niet brgijpt, en het wel heel erg leuk vindt. Beer op de vensterbank.
Dat is dan zo ongeveer ook de enige afleiding gedurende de dag. Een moeder die even van de fiets stapt om haar kindje naar de beer te laten zwaaien.

Er gebeurt verder niets meer in de straat, de buren zijn bij hun kinderen ingetrokken.

Soms weet ik niet meer welke dag het is.

Toen de apotheek laatst spullen kwam brengen schrok ik. Er was blijkbaar weer een week voorbij.
Het meisje lachtte lief vanaf een afstand, en was daarna ineens weer weg.
Alsof ik daar in de deur had staan slapen, en iemand mijn droom was binnengewandeld.

Dat was de laatste keer dat ik de deur echt heel zacht heb dichtgedaan.
Alsof haar vleugels ertussen hadden kunnen komen, of haar breekbare lach ineens in spetters uiteen had kunnen knallen.

Hij wil z'n brood, z'n koffie, bemoeit zich met de was. Die doet hij niet, oh nee.
Zijn onderbroeken stopt hij het liefste naast de bank. Dan is hij er van af.
Ik heb gezegd dat hij die broeken op moet vouwen, want dat de klok het ziet.
'Dan zet ik de klok uit', zei hij, want zoveel tijd heb ik toch niet meer, en ging door met kruisjes invullen in hde kruiswoordpuzzel. Want een woord met kruisjes maken kan hij wel. En zijn oplossing is altijd goed.

Hij moet van de mevrouw van de therapie de lunchafwas doen.
Het mes doe ik zelf, en hij de bordjes en zijn kop.
Dat is een hele klus, als je je ouders in herinnering weer in de kamer ziet zitten, de fleurig jonge gezinsverzorgster druk in de weer met raamwisser en sop.
Dan roept hij wel eens orders, of vertelt me bars dat ik nog een band moet plakken, want fietsen moet als je geen auto hebt.

We fietsen al 20 jaar niet meer.
De laatste band liep leeg op glas.

Ik lust een appel, maar die is er niet. Een eitje op m'n bord straks zit er ook niet in.
Er komt misschien weer zo'n doos met groente. Van m'n zoon. Dan maakt hij zich geen zorgen.
Een rein geweten op groente-afbetaling, met wortels die voor mij zelfs te hard zijn om te snijden. En groene dingen die ik niet ken. Dus die doe ik ook maar weg.
Zo wordt wat peterselie, sla en uien toch wel duur, maar ja. Hij wil dat zo. Dan hoeft hij niet te komen. Want Ruutte heeft dat liever niet.

Het gaat waaien buiten, ik doe wel zo de ramen dicht.
De was kan uit de machine en de rest van de lijn.
Zijn elastische kousen zijn weer eens gewassen. Doe ik die hem morgen wel weer aan.
Oh, hij slaapt bij omroep Max. Dat is voor ouderen, zegt hij.

Ik leg z'n prikspul klaar, de pillen en de pen om insuline te spuiten.
Wat verbandspul voor de doorligplek op zijn rug, en een schone pleister voor zijn been.

Ik strijk de lakens glad, zodat hij geen wondjes door de kreukeltjes zal krijgen.
Val bijna, want ik ben ook slecht ter been, en m'n schoenen zijn versleten.
Maar vallen kan niet, want waar moet hij dan heen?

Als hij dadelijk wakker wordt dan gaat hij zitten schreeuwen, dan weet hij niet meer waar hij is.
Ik hoop dat hij mij dan zal herkennen, of denkt dat zijn moeder er is.

Nog vlug het klikospul naar buiten. het regent al, maar het moet toch gedaan.
Net als ik even zit wordt hij schreeuwend wakker. Hij zit te geeuwen en te lachen en begint ineens te loeien als een koe.

Elke dag hetzelfde, alles draait om hem...

Ik ben zo moe.....












Post a Comment

Nieuwer Ouder