Men spreekt van verschoven dagritme als de biologische klok van iemand niet in de pas loopt met het ritme in de maatschappij.
Het is, volgens enthousiaste wetenschappers, een stoornis in het slaap-waakritme en goede slaaphygiëne zou de biologische klok weer gelijk zetten.
Ik heb daar zo m'n twijfels bij.
Zoon twee, van een rijtje van kinderen van 6, marcheerde elke avond keurig mee met de routine die we hier in huis hadden.
Avondeten, niet meer buiten spelen, Rik de Kikker kijken, en met z'n allen naar boven.
Wassen, douchen of in bad, tanden poetsen, pyama, en voorlezen.
Vaak viel zijn oudere broer tijdens het voorlezen al in slaap, maar hij hing met de kind op de rand van het bed aandachtig te luisteren.
De kamer was niet groot, maar superschoon, opgeruimd, en donker. Als het licht uit was, natuurlijk.
Als hij er heel erg wakker uitzag las ik nog een Jip en Janneke verhaal.
Daarna kreeg ook hij een knuffel, werd nog eens lekker ondergestopt en hooguit mompelde hij nog een 'truste', maar vaak was hij al bijna in slaap.
Een blik tien minuten later liet een diep slapende jongeman zien.
Na wat activiteiten met de was vertrok ik dan naar beneden, om op te ruimen en de komst af te wachten van de vader, die dankzij het werk ver van huis, zijn kinderen weer een dag niet had gezien.
Zelf slapen was noodzakelijk en dat deed ik dan ook, totdat ik tussen 3 en tien over drie wakker werd gemaakt door een klein jongetje met een schattige en vooral wakkere glimlach aanbood: 'mamma, pelu?'
Keurig werd hij dan zonder al te veel woorden teruggebracht naar bed, om te slapen.
Ook al ging hij dan lekker liggen, slapen deed hij niet meer.
Hij leerde boekje kijken, met een paar blokjes spelen, boekje lezen.
Zijn klok stond op 'wakker'.
Keurig voegde hij zich na de nacht in het maatschappelijk ritme van de dag.
Hij kwam nooit te laat op school, had geen slecht humeur, en toen hij wat ouder werd leden zijn schoolprestaties er niet onder.
Wat mij betreft had hij gewoon minder behoefte aan slaap.
Maar toch kon de wijkverpleegkundige me vertellen dat er sprake was van een verschoven dagritme en als hij dat nu niet had, dan zou dat wel optreden.
Haar voorspellingskracht liet ernstig te wensen over.
Meneer gaat nog steeds keurig op tijd naar bed, maar als zijn pieper gaat slaapt hij er dwars doorheen of staat in no time nog voor de aankomst van de politie bij een ongeluk of andere nachtelijke gebeurtenis zijn werk als journalist te doen.
Als hij wakker gemaakt wordt in het midden van de nacht dan is er soms wel eens een verschoven dagritme, tot aan de tijd dat hij voor het avondeten wordt verwacht en dat niet mee eten tot consequentie heeft dat hij later in zijn eentje staat te koken.
Dan loopt hij weer keurig in de maatschappelijke tijdspas.
Alles is relatief.
.

Een reactie posten