Winkelen is geen ontspanning meer.
Hij wil kopen wat hij wil, smokkelt blikjes bier de winkelwagen in, vergetend dat ik de boel op de band zet en het toch zal zien. Als ik maar een kleinigheid koop voor mezelf, of ik het nodig heb, leuk vind, of gebruik voor een ander, als ik maar iets koop, dan krijg ik een grote mond als ik iets zeg over zijn aankopen.
Als we de parkeergarage uitrijden heb ik het kaartje al klaar.
Hij neemt het aan en blijft er op kijken.
Volgens mij neemt hij niets waar, zit hij in zichzelf opgesloten en staat zijn wereld, net als de auto, gewoon stil.
Het is een rustig moment.
Even ademhalen, want wat ik ook doe...nu is er even geen kritiek.
Maar de rij achter ons groeit.
'Past het kaartje niet in de automaat?'
Hij schrikt... 'eh...mmm...'
'Misschien als je het er omgedraaid in doet? Met die streepjes eerst?'
Hij stopt het kaartje in de automaat en rijdt weg.
Ze zeggen dat autorijden een van de laatste dingen is die verdwijnt.
Nou, dat lijkt ook zo.
'Ik wilde even lezen wat er op dat kaartje stond.'
Rustig en neutraal zeg ik: 'Ja, ze veranderen die dingen steeds'.
'Ik mag toch zeker wel lezen wat er op zo'n ding staat?'
Zo... hij is weer helemaal terug.
.

Een reactie posten